Lisanne Pellegrom

Lisanne

Stichting Still kwam in december vorig jaar in mijn leven. Ik wist al lang van het bestaan af en heb in het verleden ook getwijfeld me hier eerder voor aan te melden maar het was destijds niet de juiste tijd voor mij. Al heel wat jaartjes mag ik mij ook inzetten voor Stichting Earlybirds. 

Toen ik vorig jaar december hiervoor op de NICU van het WKZ kwam en daar kleine Sepp zag liggen met een paarse vlinder in zijn bedje, wist ik het… Ik ga me aanmelden voor Still. Sepp was samen met zijn zusje Noa met amper 24 weken geboren. Hij redde het en is nu al een hele vent, voor Noa mocht het helaas niet zo zijn. Deze lieve ouders hebben zoveel gehad aan de fotoreportage die Stichting Still verzorgde, ik wilde ook mijn steentje bijdragen en heb me direct aangemeld. 

Inmiddels zijn we al weer heel wat reportages verder. Van 15 weken zwangerschap tot volgroeide kindjes en stopzettingen. Het ziekenhuis is inmiddels een groot onderdeel van mijn fotografieleven. Het ene moment ben ik er voor Stichting Earlybirds. Voor de kindjes die nog een kans maken, hoe klein ook. Het andere moment ben ik er voor Stichting Still, soms op dezelfde afdeling en zaal maar dan achter een gordijntje bij een kleintje die het niet gaat of mocht redden. En dat is het wrange, het kennen van de situatie voor en achter het gordijn. Het is letterlijk een hele dunne lijn. 

In allebei de situaties ben je als fotograaf denk ik even waardevol. Je levert beelden van het kostbaarste bezit van deze ouders. Je geeft ze een herinnering waar ze later op terug kunnen kijken. Omdat het vaak onverwacht is, of heel snel gaat en dingen aan hen voorbij gaan. Het stukje liefde en erkenning is wat mij trekt in Stichting Still. Er voor de ouders en de kindjes kunnen zijn op een bijzondere, liefdevolle manier. Erkennen dat hun kindje er was, er even mocht zijn ook al is hij of zij er nu niet meer. Er is een kindje geboren! Soms maanden later ontvang ik nog berichtjes van ouders. Hoe blij ze zijn met de foto’s, dat ze voor altijd dankbaar zijn deze te hebben. Daar doe ik het voor!

 

Verhalen van Lisanne

Wanneer mag hij mee naar huis? Wanneer gaan we nou?

Er is één reportage die me altijd bij zal blijven.

Het was het zusje van dit kleine mannetje dat me zo raakte. Ze begreep maar niet waarom haar broertje niet gewoon mee naar huis mocht. Hij had geen slangetjes meer. Ze kon hem eindelijk vasthouden, hem overladen met kusjes en knuffels. Voor haar was dat toch het teken dat alles goed was?

'Wanneer mag hij mee naar huis? Wanneer gaan we nou?'

Ze liet hem niet meer los.

'Ik ben zó ontzettend blij met mijn broertje,' bleef ze herhalen.

Haar mama was zo sterk. Met een rust die alleen uit pure liefde kan voortkomen, bleef ze uitleggen dat de dokters haar broertje niet meer beter konden maken.

'Maar hoe lang moet hij dan nog hier blijven? Eén of twee of drie nachtjes?'

Hoopvolle, lieve, vragende oogjes.

Achter mijn camera pinkte ik die middag heel wat tranen weg.

Alles was perfect aan dit mannetje. Prachtig roze, een volle bos haar. In blakende gezondheid geboren. Maar enkele dagen later veranderde een ernstige hersenbloeding zijn toekomst; van een gezonde baby naar een kindje zonder vooruitzicht.

Toen het moment van afscheid dichtbij kwam, kwamen opa en oma de trotse grote zus ophalen. Ze gingen pannenkoeken met haar eten, om haar even af te leiden. Ze wilde zo graag dat haar broertje mee kon.

Papa en mama braken.

Ik sprak met haar af dat ze een hele lekkere pannenkoek zou kiezen. Dat ze dan een hapje zou nemen voor papa, voor mama… én voor haar broertje.

'En ook een hapje voor jou!” zei ze blij.